Het feest

Foto door: Maurício Mascaro

‘Safira, kan jij mij vertellen wat er vrijdagavond allemaal gebeurd is?’ Ik keek naar de agent die tegenover me zat. ‘Op het feest?’ vroeg ik. Ik wist heel goed wat hij bedoelde, maar ik wilde er helemaal zeker van zijn. ‘Als je het zo wilt noemen.’ Hij pauzeerde even en keek naar zijn notitieblok. ‘De bijeenkomst in de sporthal georganiseerd door jouw studiegenoten.’ We hadden het over dezelfde gebeurtenis.

Ik dacht terug aan vrijdagavond. Het was echt leuk geweest, mijn zoveelste feestje op de universiteit. Er was heel veel gaande rondom het feest en ik had geen idee waar ik moest beginnen. Ik voelde de ogen van de agent op mij branden en zocht gehaast naar woorden in mijn hoofd. ‘Hoe wist jij van het feest af?’ vroeg hij. Blijkbaar zag hij mijn worsteling. Dit was een vraag die ik wel kon beantwoorden. Ik wist het antwoord, maar ik kon de woorden niet vormen.

‘Safira’, zei hij. Ik keek op. Het voelde vreemd om mijn volledige naam te horen. Sinds ik een half jaar geleden op kamers ben gegaan bij de universiteit die het verste van mijn ouders aflag heeft niemand meer mijn volledige naam uitgesproken. Ik wilde een nieuw begin, ik was ook een ander persoon. Bij alle nieuwe mensen die ik leerde kennen stelde ik me voor als Saf. Ze namen het allemaal over. Ik was al een half jaar niet thuis geweest en had er ook nog geen behoefte aan.

De agent keek naar mij, ik wist niet meer wat de vraag was. ‘Wie heeft je uitgenodigd voor het feest?’ vroeg hij. Dat antwoord wist ik. ‘Fleur’, zei ik. ‘Zij liet me afgelopen woensdag weten dat er vrijdag een feest zou zijn.’ Het was een mooie afleiding van de afsluiting van het tweede kwartaal. De tentamens waren klaar en iedereen had er hard voor moeten werken. We hadden al het hele jaar stiekeme feestjes, maar dit zou de grootste tot nu toe worden. En dat was ook zo gebleken. Bijna alle leerlingen uit bijna alle jaren van mijn studie waren aanwezig.

‘Weet je wie het georganiseerd heeft?’ vroeg hij tevreden met mijn vorige antwoord. ‘Nee’, zei ik naar waarheid. Meestal waren de feestjes bij de organisator thuis. We moesten allemaal lopend of met de bus naar het huis, zodat er geen fietsen stonden. We kregen ook allemaal een tijdsslot, zodat de grote hoeveelheid studenten op hetzelfde adres niet op zou vallen. Ik glimlachte bij de gedachte aan de leuke avonden.

‘Waar denk je aan?’ Ik was vergeten dat ik nog bij de agent op zijn kantoor zat. Verhoord worden was anders dan ik me altijd voor had gesteld. Ik zat gewoon op het kantoor van de agent en hij had zich met zijn voornaam voorgesteld. Ik zat niet in een kale verhoorkamer en er was ook geen good cop, bad cop situatie. Ik had geen bureaulamp op mijn gezicht en ik kreeg gewoon een kopje groene thee. De man tegenover mij zat met zijn benen gekruist en had een notitieblok op zijn bovenste been. Met een mechanisch potlood krabbelde hij aantekeningen op het papier. Er was ook geen speciale opname apparatuur aanwezig. Hij nam het gesprek gewoon op zijn telefoon op.

Ik kon niet zeggen dat wij al het hele jaar stiekeme feestjes hadden. Ik keek hem aan en woog af of ik alles moest opbiechten. ‘Ik weet dat het feest in overtreding was met de Coronaregels’, zei hij. ‘Alleen daar zit je hier niet voor. We zien die breuk door de vingers. Er zijn veel ergere dingen gebeurd op het feest en ik wil graag weten of jij daar iets vanaf weet.’ Het luchtte mij op. Een van de boetes had ik in elk geval al ontlopen. In mijn hoofd ging ik na wat de agent erger kon vinden dan de overtreding van de Coronaregels. ‘Kan jij mij van het begin tot het eind meenemen in wat er allemaal gebeurd is?’ vroeg hij.

‘Waar moet ik beginnen?’ vroeg ik aan hem. Zijn geruststelling had geholpen met het opruimen van mijn hoofd. ‘Begin maar op het moment dat hij thuis vertrok’, zei hij tegen me.

‘Ik ben lopend naar de sprotzaal gegaan’, begon ik. ‘Het was al het hele jaar de regel dat je niet op de fiets kwam.’ De agent knikte. ‘Fleur en ik hadden afgesproken om onder de tunnel op elkaar te wachten. Dat was achteraf niet de beste plek.’ Ik kreeg het koud als ik dacht aan de man die daar altijd sliep. Hij deed niks, maar hij had wel altijd een aanwezigheid in de tunnel. ‘Door de man die daar ligt?’ vroeg de agent. Ik knikte. ‘Fleur kwam naar mij toe toen ik ongeveer vijf minuten stond te wachten. We zijn samen naar binnen gegaan.’ Het was een geweldig gevoel dat we samen de zaal instapten. ‘Het feest was al even bezig toen wij aankwamen en het was al heel erg druk’, ging ik verder. Er was nog iets gebeurd waarover ik twijfelde om het te vertellen.

‘Je kan alles vertellen’, zei de agent. ‘Een van onze jaargenoten kwam direct op ons af met bier en voor Fleur en mij beide een pilletje.’ Ik keek naar mijn voeten. Ik had er onbewust voor gekozen om mijn zwarte all stars aan te doen. Ze leken redelijk schoon met de grijze vloerbedekking op de achtergrond. Ik was nog maar een keer eerder in een politiebureau geweest. We waren met heel groep 7 gaan kijken waar je terecht kwam als je niet zou gaan studeren. Dit soort kantoren hadden we toen helemaal niet gezien.

‘Pilletje?’ vroeg de agent. Ik keek hem weer aan. ‘ja’, zei ik. ‘XTC.’ Hij keek me aan en krabbelde daarna wat op zijn kladblok. ‘Ik ken hem alleen van gezicht, maar Fleur kent hem beter. Zij vertrouwde het, dus hebben we het pilletje genomen.’ Ik dacht na over de rest van de avond. Ik weet dat ik het leuk heb gehad, alleen er zijn wel stukken weg. Ik weet dat ik danste met Fleur en dat ik haar op een gegeven moment kwijt was. ‘Was je de hele avond bij Fleur?’ vroeg de agent alsof hij mijn gedachten kon lezen. Het leek hem niet te schelen dat ik drugs had gebruikt.

‘ik heb veel met haar gedanst, maar ik weet ook nog dat ik haar ineens kwijt was’, zei ik. ‘Ik heb niet de hele avond meer helder, maar het was een doodgewoon feestje.’ Ik keek de agent aan. ‘Als ik je goed begrijp ben je samen met Fleur naar het feest gegaan, daar heb je samen XTC genomen en hebben jullie gedanst. Je bent haar op een moment kwijtgeraakt. Ben je ook alleen naar huis gegaan?’ vroeg hij. Hij spuugde het woord feest uit alsof hij het een totaal andere naam gegeven zou hebben. Ik dacht na. De herinneringen waren vaag. Ik zag Fleur mijn hand pakken en me mee naar de uitgang trekken.

‘Fleur heeft mij weer gevonden’, zei ik. ‘Ze trok me mee naar de uitgang en we zijn samen naar buiten gegaan.’ De agent schreef weer met zijn potlood. ‘Heeft Fleur nog iets tegen je gezegd over waarom jullie zo snel moesten gaan?’ De agent drong aan op een antwoord.

‘Nee’, zei ik. ‘Wij stellen elkaar geen vragen. Als zij zegt dat we moeten gaan, vertrouw ik haar.’ En zij mij, voegde ik er in stilte aan toe.      

Dit is deel 1: Het feest

Deel 2: De pil

Deel 3: Het hok    

Trackbacks and Pingbacks

Laat een reactie achter